Een damesschoen uit Waddinxveen
Die leed verschrikkelijk aan spleen
Haar eigenaar, een echte dame
Was zakenvrouw, én een bekwame!
Zo drukbezet en veelgevraagd
Ze had nooit een moment ‘versagt’.
Maar oh, die arme damesschoen
Die moest dus al het loopwerk doen.
Van hot naar her, van her naar der
En alles altijd even ver.
Geen tijd om even bij te komen
Geen mogelijkheid om weg te dromen
Het leven was gehaast, gestresst
En ook al deed ze zo haar best
De dame vond het nooit genoeg
Hoe snel ze haar ook droeg.
Schoens buurvrouw was een halve zool
Die tussen perenbomen school.
Een eeuwigheid al lag ze daar.
Voor teveel stress was geen gevaar.
Zo verschillend! Desondanks
Kwam de schoen toch wel eens langs.
Ze huilden dan, de beide muilen.
Oh zeg: konden ze maar ruilen!
Zool sprak van parels voor de zwijnen.
En van langzaam weg gaan kwijnen.
Schoen zuchtte van prestatiedrang:
“Ik prefereer een slakkengang”.
En blijkbaar heeft Schoen zo gesnakt
Dat het goed heeft uitgepakt.
Ze voelde zich wat onstabiel
Eerst bij de teen, toen tot de hiel,
Wat gebeurde was bijzonder
Meer nog, ja, het was een wonder!
Ze werd wat ze had willen zijn
En vond dat ongelooflijk fijn.
Haar buurvrouw lukte dat niet meer
Die wílde vast niet al te zeer.
En in een kleine waterplas
Zag Schoen wat ze geworden was.
Nu zit ze heerlijk bij te komen
Bij buurvrouw, onder perenbomen.