Het is zo stil op Tannenbodenalp.
De nevel pakt geluiden in.
Ik hoor alleen een druppel op het blad van
een kleine sneeuwroos bij het pad.
Mijn wandelrugzak leeg ik op de bank:
Het brood met gatenkaas, de waterfles,
De plattegrond die hier niet leesbaar is.
De metworst, het verbogen mes.
Op die verlaten en vermolmde bank
is alles daar wat ik ontlopen wou.
Het onvoltooide en het ongewisse,
de winkelhaak, de tarn, de scheur, de knauw.
Ze zijn hier allemaal als luchtgestalten,
als adem, wolkenflard in vrije val.
Besluipen, wenken en verdwijnen weer.
De worst is op – ik keer terug naar het dal.
Het is zo stil op Tannenbodenalp.
Wilma Schakenraad