Moeder

We zitten samen bij de Hertenkamp,
jij in je rolstoel met een wollen deken,
terwijl we, alsof elk woord ons verrast,
al voor de achtste keer dit uur bespreken

wie toch die vrouw bij jou aan tafel was.
We kijken hoe de herten gretig eten.
Ik ben degene die de broodjes gooit
want hoe dat moet ben jij al lang vergeten.

Soms tel ik bij mezelf de jaren op
dat jij gelukkig was. En elke keer
zet ik ze af tegen het ongeluk.
Jij weet daar niets meer van. Dat scheelt dan weer.

Wat telt is dat wij hier nu samen zitten:
ik moeder, jij het kind voor dit moment,
vertrouwend dat ik jou straks thuis zal brengen,
omdat jij mij zoals geen ander kent.

Geplaatst in Gedichten.